close
close
nethel4nd

Mathilda rekende af met familietrauma uit Tweede Wereldoorlog: ‘Ben nu gelukkig met mezelf’

Haar Joodse opa en oma werden verraden in de oorlog. Haar moeder, zo’n twaalf weken oud, overleefde ternauwernood. De familiegeschiedenis kreeg vat op Mathilda van den Hof uit Beilen en liet haar lange tijd niet los. Met het schrijven van Wat is haar naam? bevrijdde ze zichzelf.

Mathilda en Abraham Frankenhuis dachten dat het niet zover ging komen. Hun familie nam het zekere voor het onzekere en ontvluchtte naar Amerika. Het Joodse echtpaar bleef achter in Nederland. Bezet gebied. Te goed van vertrouwen, zo bleek. Op 21 april 1943 werden ze opgepakt.

Mathilda en Abraham Frankenhuis moesten vanaf Kamp Westerbork op transport naar Sobibór. Daar werden ze vermoord.

Dochter Tina, zo’n twaalf weken oud, ontkwam. “Ze stond toevallig in de tuin toen mijn opa en oma werden meegenomen. Een oplettende buurvrouw heeft haar met de kinderwagen door de heg gehaald”, vertelt Van den Hof in het Radio Drenthe-programma Cassata.

Om Tina’s Joodse achtergrond te verbloemen, kreeg ze een schuilnaam: Ineke Koolhaas. Ze was ondergebracht bij een christelijk domineesgezin. Op haar twaalfde kwam het verlossende woord: haar ouders zijn niet meer. Haar vermeende ‘ouders’ zijn pleegouders.

“Ik zeg wel eens”, verduidelijkt Mathilda: “Mijn moeder heeft twee keer haar ouders verloren. Eén keer haar biologische en daarna haar pleegouders. Omdat ze dacht dat dát haar echte ouders waren.”

Het zadelde Tina met een trauma op. Verlatingsangst, waar dochter Mathilda ook mee worstelde. Ze had meerdere liefdesrelaties, die niet optimaal verliepen. Breken, daar had Mathilda grote moeite mee.

Een eigenschap die ze zogezegd kopieerde. “Er was altijd een bepaalde mate van afstand”, memoreert ze aan haar jeugd en de relatie met haar moeder. “Er was weinig emotie, je kon nooit dichtbij komen. Als je viel, dan was ‘t: hup, opstaan en weer door.”

Dat zij was vernoemd naar haar vermoorde oma liet haar bovendien niet los. “Ik heb het gevoel gehad dat ik voor haar moet leven, dat ik er alles uit moet halen. Dat ik háár leven heb moeten doen.”

Een andere worsteling was de ontdekking van haar identiteit. De Joodse levensleer maakte ze nooit volledig haar eigen. “Als je daar niet echt mee bent opgegroeid, tja…” Ook het missen van een opa en oma kwam nauwelijks aan bod. “Er werd niet echt over gesproken. Het werd gezegd dat ‘t zo was, maar daar hield het bij op.”

Dankzij het schrijven van haar debuutroman Wat is haar naam? ontworstelde ze zich van haar trauma’s. “Ik heb niet iemand meer nodig die voor mij iets moet dragen. Ik ben nu gelukkig met mezelf, en ik kan het zelf.” Verder kweekte ze begrip voor haar moeder. “Het is heftig als je zo moet opgroeien.” Hoe het met haar is, op een zeer respectabele leeftijd van 81? “Ze is enorm trots op mij.”

De roman Wat is haar naam? wordt vandaag gepresenteerd in de Stefanuskerk in Beilen.

Related Articles

Back to top button