close
close
nethel4nd

Het Delftse geslacht Stuijling (1) ridders





Algemeen



DELFT – Het is een familienaam die niet erg Delfts klinkt: Stuijling, toch was dit al in de vijftiende eeuw een geslacht dat aanzien genoot in Delft.

Door Jeroen Stolk

We komen de naam voor het eerst tegen wanneer in het jaar 1500 ridder Gerrit Stuijling overlijdt. Uit het gegeven dat zijn zoon Andries (eveneens met de titel ridder) pas 45 jaar later overleed mag worden geconcludeerd dat ridder Gerrit geen hoogbejaarde leeftijd zal hebben bereikt. De eerste generaties leefden op de uiterste noordwesthoek van de Markt. Dit is de hoek met de Cameretten. Het pand waarin zij woonden heette ‘de Haen’ (ook wel de Gulden Haen of Vergulde Haen genoemd). De oorsprong van het geslacht Stuijling moeten we vermoedelijk in de omgeving van Salland zoeken. Dit impliceert dat het bij dit ridderlijk geslacht gaat om zogenaamde plattelandsadel. Naast Delft en noordoost Nederland kwam het geslacht Stuijling veel voor in Noord-Holland en dan met name rond Alkmaar. De naam werd daar vooral als Stuyling genoteerd. Een beroemde telg uit deze stam is Meester Pieter van Vollenhoven, wiens moeder een Stuyling was. Meer exact, zij was een Stuyling de Lange. Maar ook dit geslacht de Lange heeft haar wortels in Delft (en verder terug in Vlaanderen). Zowel de Delftse als Noord-Hollandse stam van het geslacht bracht notabelen voort. In Delft hadden zij familiebanden met families van aanzien zoals Heemskerk van Beest en Camerling. Tijdens het beleg van Alkmaar door de Spanjaarden was Evert Jansz. Stuyling daar burgemeester. In de ochtend van dertien september 1573 werd hij in zijn hoofd geraakt door een Spaanse musketkogel. Wonderwel overleefde hij dat en genas volledig. Volgende week deel 2 uit deze serie waarin we dieper ingaan op het pand ‘De Gouden Haan'.

Related Articles

Back to top button