close
close
nethel4nd

Provincie Zuid-Holland richt focus op koploperprojecten


Op uitnodiging van provincie Zuid-Holland bezocht een groep journalisten en provincieambtenaren projecten die model staan voor de koploperprojecten die de provincie heeft ingediend bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Het eerste bezoek betrof Weidehof Krimpenerwaard. Deze vereniging van boeren en burgers zet zich in voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer, samen met het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard dat verantwoordelijk is voor de uitvoering. Weidehof Krimpenerwaard streeft naar stabilisatie en zo mogelijk groei van de weidevogelpopulatie en toename van de biodiversiteit.

De groep bezocht melkveehouder Arjan Mulder, die met zijn ouders in maatschap zit. Volgens hem gaat het goed met het weidevogelbeheer. De aantallen nesten stijgen. Ook dit weidevogelseizoen is de start goed. De maten zijn jaarrond in de hele bedrijfsvoering bezig met weidevogels. Weidegang is de sleutel, stelt de jonge melkveehouder.

Inspelen op situatie

De maten halen betere resultaten dan op gronden van terreinbeherende organisaties, zegt Mulder. ‘Ik ben elke dag in de polder en speel in op de situatie. Als er op een perceel niets gebeurt tot 15 juni, dan is er alleen lang gras. Kuikens kunnen dan geen kant uit. Alleen rust tot 15 juni werkt niet.’


Het is niet sturen op afzonderlijke maatregelen, maar het is en-en

Frank Verhoeven, adviseur kringloopboeren

De melkveehouder hekelt de vaste datums in het beheer: ‘De natuur kent geen datums. Geef de boer de verantwoordelijkheid en reken hem af op het resultaat.’

Mulder legt uit waar hij tegenaan loopt in het weidevogelbeheer. Allereerst vraagt het veel tijd en is er weinig vergoeding. Daarnaast noemt hij het een bedreiging dat weidevogelbeheer op een groot deel van het bedrijf gras met een hoog aandeel ruwe celstof geeft.

Minder voor melk

‘We kunnen daardoor andere melkveehouders niet bijhouden in de reductie van CO2. Weidevogelbeheer en CO2-reductie botsen een beetje. We krijgen nu minder voor de melk, omdat we aan natuurbeheer doen.’ Daarom is Mulder samen met andere veehouders in overleg met hun afnemer Vreugdenhil.

Ook predatie is een bedreiging, waaronder door katten. De familie had een hek laten plaatsen met stroom erop, speciaal om katten te weren van percelen met veel nesten.

Plasdra's

Speciale aandacht was er tijdens het bezoek voor water. Mulder heeft plasdras voor weidevogels. Daar heeft hij slechte ervaringen mee. Door het gewicht van het water zakt de bodem en op de waterplekken is geen bodemleven meer. Waterinfiltratie is een betere manier om verdroging en verlaging van veengrond tegen te gaan en iets te doen voor weidevogels, stelt de veehouder.

Ook provincie Zuid-Holland zet in op waterinfiltratie in haar streven om bodemdaling als gevolg van het ‘verbranden’ van veen en daarmee de uitstoot van CO2 tegen te gaan. De provincie ziet het als ‘een bewezen techniek’ die bijdraagt aan de doelen voor bodem, water en natuur.

‘Boeren zijn er enthousiast over en weidevogels hebben altijd vochtig grasland’, zegt een medewerker van de provincie. De komende jaren wordt in de Krimpenerwaard 830 hectare voorzien van een waterinfiltratiesysteem.

Kringloopboeren

Het tweede bezoek was aan de kringloopboeren in Midden-Delfland. Het open weidegebied is omsloten door stedelijke bebouwing. De tien gemeenten rond het gebied, de natuurorganisaties, de Midden-Delfland Vereniging en LTO Noord hebben met elkaar het open weidelandschap gekwalificeerd als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ dat behouden moet blijven als grens tegen de oprukkende woningbouw.

In het gebied zijn vijftig veehouderijbedrijven met gemiddeld 37 hectare en 70 melkkoeien. Arnold van Adrichem in Schipluiden is een van hen. Hij melkt 65 Montbéliarde-koeien. Hij voert zijn vee structuurrijk, eiwitarm voer dat zorgt voor een betere benutting van stikstof en fosfaat en minder milieubelasting.



Arnold van Adrichem (links) zegt dat de kringloopboeren de uitstoot van ammoniak met 30 procent hebben verminderd. © Peter van Houweling

De melkveehouder is een van de groep kringloopboeren in het gebied. De groep haalt sprekende resultaten. De uitstoot van ammoniak op hun bedrijven daalde in tien jaar van ruim 60 kilo per hectare naar ruim 30 kilo nu. ‘Als de hele veehouderij op dit niveau zou zitten, dan is er alleen nog te veel ammoniak op de Veluwe, in de Peel en enkele andere kleine gebiedjes’, stelt Frank Verhoeven, adviseur van de kringloopboeren.

Beloning ontbreekt

Het zit de kringloopboeren dwars dat de overheid hun aanpak op geen enkele manier beloont. Bij kringlooplandbouw gaat het om de hele bedrijfsvoering, betoogt Verhoeven. ‘Het is niet sturen op afzonderlijke maatregelen, zoals minder CO2, maar het is en-en.’

Maar afnemers sturen vaak wel op afzonderlijke punten. FrieslandCampina geeft een premie op melk voor veehouders die goed scoren op CO2-reductie. Veehouders zullen daardoor eerder kiezen voor koeien op stal, meer krachtvoer en minder gras, stelt de adviseur. Maar dat willen de kringloopboeren juist niet.

Wegvallen derogatie

Dat is niet hun enige zorg. Een andere is het wegvallen van derogatie. Verhoeven: ‘Ook kringloopboeren moeten daardoor mest afvoeren, terwijl ze dat goed zouden kunnen gebruiken voor de eigen kringloop. De impulsen voor kringlooplandbouw verdwijnen langzaam maar zeker. De optelsom van regels en beleid leidt niet tot het gewenste landschap voor dit gebied, namelijk een open landschap met grasland.’

Stijn van Boxmeer het Hoogheemraadschap van Delfland prijst de groep veehouders en het belang van een open groen gebied tussen de stedelijke omgeving. ‘Als hier woningen komen, zou het ons veel meer kosten om een teveel aan water op te lossen. De kringloopboeren helpen ons ook om minder stikstof en fosfaat in het water te krijgen.’

Provincie hoopt op ruim 430 miljoen euro

Provincie Zuid-Holland heeft 28 maart ruim zestig projecten ingediend bij het ministerie van LNV als onderdeel van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG). De drie bedrijven en projecten die de groep journalisten en provincieambtenaren onlangs bezocht, stonden daar model voor, omdat ze al aan de gang zijn met verbeteringen op het gebied van natuur, water, landbouw, stikstof en bodem. De meeste projecten zijn gericht op natuurherstel, ook door agrarisch natuurbeheer. De provincie mikt daarbij op een bedrag van ruim 430 miljoen euro. Voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw is 187 miljoen euro gepland, voor verbetering van de waterkwaliteit ruim 42 miljoen euro en voor een toekomstbestendig water- en bodemsysteem ruim 36 miljoen euro. Het geld voor de projecten moet komen uit het transitiefonds. Het voorontwerp-gebiedsprogramma ZH-PLG dat in juni 2023 door de provincie is ingediend, is de basis voor de bijdrage aan Zuid-Holland vanuit dit transitiefonds. Na de val van het kabinet in 2023 is de instelling van het fonds controversieel verklaard door de Tweede Kamer. Dit betekent dat er geen duidelijkheid is over de beschikbaarheid van de financiële middelen. Wel komt er vanuit het ministerie van LNV al een bedrag beschikbaar om alvast aan de slag te gaan met enkele projecten die op korte termijn bijdragen aan de doelen op het gebied van natuur, water en klimaat. De provincie hoopt dat het ministerie voor de zomer met een beoordeling van de projecten komt. In dat geval komt er na de zomer geld beschikbaar voor de eerste projecten.

Related Articles

Back to top button