close
close
nethel4nd

Een bezoekje aan Pella, een Nederlandse enclave in Iowa | column Jan Postma

Midden in het dorp staat een molen. Daarnaast een standbeeld van twee schaatsers en als je even doorloopt zie je een heuse gracht. Echter, voor de Nederlands aandoende trapgeveltjes staan geen fietsen, maar grote pick-uptrucks. En dat gebouwtje dat iets heeft van een boerderij, dat is eigenlijk een McDonald’s. Ik ben in Pella, een Nederlandse enclave in Iowa.

Ik voelde me meteen thuis. En dat komt niet door die molen of die huisjes. Het komt door de gezichten. Allemaal Nederlandse koppen daar diep in Amerika. Iedereen hier ziet eruit alsof ze ontbijten met pindakaas, en dagelijks kilometerslang tegen de wind in fietsten. Ik was hier om een reportage te maken over de verkiezingen, maar niemand had op mijn mails gereageerd. Ik vroeg me af of dat een probleem zou worden.

Het ijs bleek snel gebroken. De voornamen waren dan wel echt Amerikaans, maar na Joe of Mary kwam toch maar mooi een met Amerikaanse accent uitgesproken Duvrrries of Wierrrrsme. Met al die namen die op -ma en -stra eindigen voelde het vertrouwd. Ze waren vaak al generaties geleden vertrokken, maar er was nog een duidelijke band met ‘the old north’ zoals een van hen dat zo mooi zei. Friezen en Groningers kunnen het in Pella overigens prima met elkaar vinden, zo werd mij verzekerd. „Er is geen rivaliteit, want niemand volgt hier het voetbal.”

Het voelde het als een familiereünie

Postma’s kwam ik niet tegen daar in Pella. Maar toch voelde het als een familiereünie. Het was fascinerend om de verhalen te horen van families die soms nog met dominee Scholte in 1847 naar Amerika waren gekomen. Daarna volgden er nog velen, met kleine portemonnee en grote dromen. Het was zwaar in het lege en onvergeeflijke Iowa. De verhalen deden niet onder voor die in Het wrede paradijs van Hylke Speerstra, dat zo mooi beschrijft hoe immigranten met weinig weggingen om er daarna achter te komen dat ze het in dat beloofde land met nog minder moesten doen.

Een lokale historicus vertelde me dat Pella door hard werken en ondernemerschap was uitgegroeid tot een rijk dorp dat trots is op de eigen identiteit en taal, ook al spreken niet veel meer vloeiend Nederlands. In de omgeving werd er met bewondering en soms wat jaloezie gekeken naar dat gekke volkje dat zich wat af lijkt te zetten tegen de rest van het land. Pella is een heel gesloten gemeenschap, zo vertelde hij. Als je wordt geaccepteerd dan hoor je er echt bij. Maar je kunt ook altijd een buitenstaander blijven. Het deed mij aan ‘het oude Noorden’ denken.

Iedereen was heel open over het leven in het dorp

Gelukkig had ik daar met mijn achternaam geen last van. Iedereen was heel open over het leven in het dorp, en hoe ze in het leven staan. In Pella struikel je over de kerken, en ze zitten zondag allemaal vol. Vrijwel iedereen is faliekant tegen abortus, zeer wantrouwend tegen immigranten en voor harde aanpak van criminaliteit. Een groot deel is overtuigd Trumpfan. Kortom: de gemiddelde inwoner van Pella is een stuk conservatiever dan de gemiddelde Nederlander.

Dat merk ik sowieso vaak bij Nederlandse Amerikanen, vooral als de overtocht al wat langer geleden is. Daarbij hoor ik ook vaak ongerustheid over Nederland. Bij een Trump-bijeenkomst in Washington sprak ik Jacobus en Geert. Twee vriendelijke Canadezen met noordelijke roots. Zij vonden dat Nederland de verkeerde afslag had genomen en vroegen zich af waarom Nederlanders dat niet zagen. Het verbaasde hen hoe negatief Nederlanders over Trump spreken. Zij waren juist fan. Maar dat zeiden ze maar niet meer tegen de Nederlandse familie.

Dat Nederland van toen bestaat natuurlijk al lang niet meer

Hoewel de overeenkomsten gevierd worden, wordt met de jaren ook de afstand met het oude thuisland groter. Nederland is constant in beweging. Maar als je weggaat, bewaar je de laatste herinnering van vertrek als in een tijdscapsule. Ondertussen bestaat dat Nederland van toen natuurlijk al lang niet meer. Ik moet zeggen dat ik de kritische blik wel mooi vind. Het geeft aan dat deze Nederlandse Amerikanen en Canadezen na al die jaren, en soms generaties verder, nog steeds om dat oude thuisland geven.

Dat gevoel van verbinding is overigens soms ook maar een dun laagje. Toen ik bij de lokale bakkerij Jaarsma een grote Friesche vlag zag hangen, maakte mijn hart een sprongetje. Bij het afrekenen van de ‘originally dutch’ gevulde koeken vroeg ik de mevrouw in klederdracht of de Jaarsma’s ook uit Friesland kwamen. Ze snapte niet wat ik bedoelde. Bij een lokaal restaurantje serveren ze Frisian Frites. Met stoofvlees, jus en sliertjes Amerikaanse kaas. Wat daar Fries aan is? De mevrouw achter de balie haalde haar schouders op. Inmiddels meer Amerikaan dan Fries denk ik.

Onze V/M

Dagblad van het Noorden in Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.

Jan Postma (Hurdegaryp, 1983) is correspondent in Washington voor deze krant en BNR Nieuwsradio. Hij studeerde Amerikanistiek en journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Volgende week: Saskia Konniger

Related Articles

Back to top button