close
close
nethel4nd

De tienjarige Fenna en Ellen van de Sint Lukas in Drachten zijn het animatieteam van de kleuters: ‘Ik zie kinderen die zichzelf kunnen redden’

Negen scholen in Friesland vieren deze maandag honderd jaar jenaplan, ‘traditioneel vernieuwingsonderwijs’ waarin de ontwikkeling van het kind centraal staat. Een kijkje op de Sint Lukasschool in Drachten.

„Wie van jullie wil er een bloem met ons maken?” Fenna ten Hoor (10) heeft de vraag nog niet uitgesproken of de eerste kleuterhandjes vliegen de lucht in. Het zijn uiteindelijk te veel vingers, want aan de knutseltafel in stamgroep Duizendpootjes is maar plek voor acht kinderen. Fenna laat het even op zich inwerken en vraagt dan heel diplomatiek: „Wie van jullie is vorige keer al aan de beurt geweest?”

Fenna (groep 7) zit in Uitblinkers, een stamgroep in de bovenbouw van de Sint Lukasschool in Drachten. Samen met Ellen de Bruijn (10) uit dezelfde groep, komt ze elke donderdagmiddag een half uurtje knutselen bij de kleuters. „Ze zijn mijn animatieteam”, grapt Annet Kalma, leerkracht of – in jenaplantaal – stamgroepleider van de Duizendpootjes. „Meestal bedenkt Fenna wat we gaan doen. Zij is heel creatief”, zegt Ellen.

Eerste jenaplanschooldag op 22 april 1924

De Sint Lukasschool is in 1948 ontstaan als katholieke kleuterschool in een klein houten gebouwtje. Na de komst van Philips in 1950 nam het aantal katholieke gezinnen in Drachten fors toe en werd ook een lagere school gesticht. Sinds 1957 zit de Sint Lukas aan de Pier Panderstraat. De school groeide zo explosief dat er in de wijk de Wiken een tweede katholieke school geopend werd: De Wiekslag.

Beide scholen kozen eind jaren zestig voor jenaplan. Dit onderwijsconcept zag op 22 april 1924 het levenslicht. Bedenker was pedagoog Peter Petersen uit de Duitse universiteitsstad Jena. Jenaplan was vernieuwend omdat de belevingswereld van het kind centraal staat. Daarnaast introduceerde Peterson de stamgroep, waarbij leerlingen van verschillende leeftijden en niveaus bij elkaar in een groep zitten.

Afstand van het klassieke, klassikale onderwijs

Eind jaren vijftig introduceerde Suus Freudenthal-Lutter jenaplan in Nederland. Net als montessori, dalton, freinet en de vrije school valt jenaplan onder traditioneel vernieuwingsonderwijs, ontstaan aan het begin van de 20ste eeuw. Deze concepten namen elk op hun eigen manier afstand van het klassieke, klassikale onderwijs en richtten zich op de ontwikkeling van het individuele kind.

Precies honderd jaar na de oprichting van de eerste school vieren zo’n 160 Nederlandse basisscholen en 5 middelbare scholen een eeuw jenaplan. In Friesland zijn er naast de Sint Lukas en De Wiekslag jenaplanscholen in Leeuwarden (Sint Paulus en Oldenije), Wolvega (Scholtens en Sint Franciscus), Dokkum (Sint Bonifatius), Bolsward (De Opbouw) en – per 30 mei officieel erkend – in Sneek (Master Sneek).

Nieuwsgierig gemaakt om te leren

Directeur Liesbeth Agricola (59) kwam in 1987 als stamgroepleider binnen bij de Sint Lukas, net afgestudeerd aan de Pedagogische Academie. Ze was destijds allang blij dat ze een baan kon krijgen en had niet per se iets met jenaplan. Bijna veertig jaar later is ze stevig vergroeid met en verknocht aan dit type onderwijs. „Als ik hier rondloop, zie ik kinderen die zichzelf kunnen redden. Die zelfstandigheid vind ik zo mooi.”

Ook Clara van Dijk (63), coördinator Jenaplan Rayon Fryslân, gloeit van trots als ze het over jenaplanonderwijs heeft. „Nou chargeer ik een beetje, maar wij zetten geen trechter op een kind om er kennis in te gieten. Onze stamgroepleiders zijn geen uitvoerders, maar ontwerpers van onderwijs. Het aanbod sluit aan bij de belevingswereld van kinderen. Ze worden nieuwsgierig gemaakt om te gaan leren.”

In stamgroepen leren om te leven

„De stamgroep is belangrijk, het is niet zo dat wij gepersonaliseerd onderwijs geven”, zegt Agricola. In de onderbouw zitten leerlingen uit groep 1 en 2 door elkaar, voor de middenbouw zijn dit kinderen uit groep 3,4 en 5 en voor de bovenbouw uit 6,7 en 8. Ook aan de tafelgroepen in de stamgroepen zitten kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar. Zo leren ze hoe het is om geholpen te worden door een oudere klasgenoot en zelf jongere kinderen te helpen. „Leerling, gezel, meester, zei mijn voorganger altijd.”

De jenaplanschool wordt gezien als ‘een leef-werkgemeenschap waar je leert samenleven’. Van Dijk: „Leren om te leven.” De gedachte is dat de school samen met de ouders kinderen opvoedt tot mensen die van betekenis zijn voor zichzelf, voor anderen en voor de samenleving. Ze krijgen vaardigheden aangeleerd die de tien essenties worden genoemd: ondernemen, plannen, samenwerken, creëren, presenteren, reflecteren, verantwoorden, zorgen voor, communiceren en respecteren.

Ruimte voor jenaplan in nieuwbouw

Jenaplanonderwijs gaat uit van vier pijlers: gesprek, spel, werk en vieren. Elke schooldag begint en eindigt met een kringgesprek. Natuurlijk komen ook de verplichte vakken als lezen, schrijven en rekenen voorbij, maar de nadruk ligt op wereldoriëntatie. „We leren de wereld kennen door er zelf op uit te trekken en buiten naar binnen te halen.” Op de Sint Lukas wordt bij alle vakken – van rekenen tot muziek – gewerkt met hetzelfde thema, dat na een paar weken wordt afgesloten met een gezamenlijke viering.

De gezamenlijke vieringen zijn op de Sint Lukas een hele uitdaging. Met 395 leerlingen is het passen en meten in het sterk verouderde schoolgebouw. In februari 2025 verhuist de school tijdelijk naar het pand van Kleurryk in Drachten om in september 2026 intrek te nemen in nieuwbouw op de huidige locatie. Agricola: „We krijgen straks alle ruimte voor jenaplan: een grote gemeenschapsruimte met een tribunetrap, leerpleinen waardoor er nog meer uitwisseling tussen verschillende groepen plaatsvindt en een prachtige binnentuin.”

Related Articles

Back to top button